De  Amsterdamse Vrouwengroep
Vrouwengroep van de Raad voor Levensbeschouwingen en Religies te Amsterdam (RLRA)

logo vrouwengroep

Home
Actueel
Doelstelling
Opzet en Organisatie
Agenda
Nieuwsbrief
Ontmoetingsdagen
RLRA
Samenwerking
Buitenlandse contacten
Archief
Links
Contact
Gastenboek
 

Verslag bijeenkomst

Dag van de Rechten van de Mens
 

Mensbeeld en sociale mensenrechten

 

Zo’n kleine 60 mensen waren zondagmiddag 11 december aanwezig in de Mozes en Aäronkerk in het kader van de Dag van de Rechten van de Mens.
Het thema van de middag was: Mensbeeld en sociale mensenrechten, waarbij de vraag centraal stond of de sociale rechten zoals die geformuleerd zijn in de Universele verklaring van de Rechten van de Mens (art.23.1 en 25.1) heden ten dage nog wel gewaarborgd zijn nu marktwerking, privatisering, schaalvergroting en veranderingen in zorg en sociale zekerheid een nieuwe realiteit vormen.

De Raad voor Levensbeschouwingen en Religies, de Vrouwengroep van deze raad en het Mozeshuis, organisatoren van deze middag, nodigden de aanwezigen uit om zich te buigen over de vraag of “de kwetsbare mens” bij al deze ontwikkelingen niet uit het oog dreigt te worden verloren.
Aan vertegenwoordigers van diverse religies/levensbeschouwingen was speciaal gevraagd iets te vertellen over hun mensbeeld en de maatschappelijke en economische betekenis die dat beeld in deze tijd mogelijk zou kunnen hebben.

Ank Veenstra, voorzitter van de Vrouwengroep, heette alle aanwezigen hartelijk welkom en vermeldde dat de Vrouwengroep al sinds 1998 dialoogbijeenkomsten organiseert waarin vrouwen met verschillende geloofsachtergronden elkaar ontmoetten rondom actuele thema’s. Verheugend op déze middag was te mogen constateren dat er ook veel mannen waren gekomen.

Het Kongolese mannenkwartet “Les Anges” trad vervolgens op en trakteerde het publiek (ook later op de middag nog enkele malen) met warme, donkerbruine stemmen op fraaie gospelsongs over liefde en geloof.

Cor Bon, directeur van het Mozeshuis en de Mozes en Aäronkerk, verzorgde het openingswoord en vertelde hoe hij in 1972 voor fl. 3,50 een boekje over de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens kocht dat hij voor deze gelegenheid weer eens uit de kast had gehaald. Hij was opnieuw onder de indruk van de wijze waarop men destijds getracht heeft om de meest wezenlijke rechten van mensen te formuleren en vast te leggen. Zijn zorg, als directeur van het Mozeshuis dat al vele jaren tracht zich in te zetten voor “mensen in de knel”,zo gaf hij aan, is dat in het huidige tijdsgewricht cijfers boven mensen gaan en het sociale klimaat steeds killer lijkt te worden. De menselijke maat lijkt verdwenen.
Officiële cijfers over –mislukte- reïntegratiepogingen van WAO’ers en armoede onder vooral allochtone bevolkingsgroepen (“armoede heeft een kleur gekregen”) spreken boekdelen en zijn een oproep aan allen om iets te ondernemen, zo betoogde hij.

Vervolgens was het de beurt aan inleider Ahmed Marcouch, voormalig woordvoerder van de Unie van Marokkaanse Moskeeën.
Hij begon zijn verhaal met zijn verbazing uit te spreken over het feit dat gelovigen steeds meer verondersteld worden zich alleen met mystieke zaken bezig te houden en niet met het leven van alledag en essentiële vragen van het bestaan, zoals sociale zekerheid.
Het Islamitische mensbeeld is dat van een mens die beschouwd wordt als vervanger van God op aarde en als een heilig wezen dat te allen tijde met respect dient te worden behandeld, ongeacht huidskleur, sekse of geloof. Mensen worden verondersteld liefdevol en barmhartig (een sleutelwoord!) met elkaar om te gaan en de Islamitische gemeenschap behoort deze boodschap volgens Marcouch ook zichtbaar uit te dragen. Zij zou ook de “bewaker” van de mensenrechten moeten zijn, i.c. de sociale mensenrechten.
Tot slot tekende hij aan dat mensenrechten niet vanzelfsprekend zijn en dat er continu voor moet worden gestreden om zodoende te waarborgen dat geen mens verloren gaat.

Daarna was het de beurt aan Frits ter Kuile, actief voor The Catholic Worker en werkzaam in het Jeanette Noëlhuis, een particulier opvangcentrum voor vluchtelingen dat bestaat dankzij giften van derden.
Ter Kuile, die zichzelf beschreef als ‘ een beetje anarchistisch en katholiek tegelijk’ ging in op de Bijbelse geboden die naar zijn mening te weinig uitnodigend zijn omdat de mensen er zoveel voor moet doen of laten. Zijn eigen favoriete bijbeltekst is Mattheus 25, waarin Jezus zijn toehoorders een mensbeeld voorhoudt waarin men naar elkaar omziet, de ander te drinken geeft wanneer deze dorst heeft, kleedt wanneer deze kleding ontbeert, huisvesting biedt wanneer iemand geen dak boven het hoofd heeft en mensen bij ziekte en gevangenschap  bezoekt.
De bewoners van het Jeanette Noelhuis proberen deze oproep in de praktijk te brengen door mensen zonder verblijfstatus op te vangen en wakes te houden bij het grenshospitium ter morele ondersteuning van diegenen die daar in vreemdelingenbewaring worden gehouden.
Dat het met de sociale rechten van deze specifieke groep misschien wel het allerslechtst is gesteld, hoefde zijns inziens geen betoog.
Ter Kuile sloot zijn inleiding af met de vraag of we wel zo met mensen om zouden moeten gaan en of ieder mens niet het recht zou moeten hebben zich vrijelijk over de wereld te bewegen.

Vervolgens was er tijd voor een korte pauze waarin genoten kon worden van koffie, thee en Surinaamse lekkernijen om daarna in kleine groepen uiteen te gaan en verder te praten aan de hand van enkele vragen. Vertegenwoordigers van verschillende levensbeschouwingen traden als gespreksleiders op.
In de groepen werd geanimeerd met elkaar gesproken en werden meer persoonlijke ervaringen rond het onderwerp uitgewisseld.
Zo kwam de vraag aan de orde waar je de kracht vandaan haalt om in moeilijke situaties overeind te blijven en werd er opgemerkt dat mensen zichzelf vaak “verstoppen” wanneer zij in armoede terecht komen omdat zij zich schamen. De toegenomen individualisering zou dit nog extra versterken.
Ook werd opgemerkt dat elk mens zich bewust zou moeten zijn van zijn/haar eigen mogelijkheden die niet met materiële zaken te maken hebben. Ieder mens bezit waarde en waardigheid die hoog gehouden zou moeten worden ongeacht de sociaal-economische omstandigheden waarin iemand verkeert.
Via spirituele vorming/-opvoeding/-educatie zou aan dit aspect aandacht moeten worden besteed, zo werd gesteld.

Toen Ank Veenstra de aanwezigen na terugkomst in de kerk om hun bevindingen vroeg, viel vooral op hoe groot de bereidheid was om met elkaar in gesprek te gaan en hoe in bijna iedere groep vanuit de eigen (levens-)overtuiging de waarde en waardigheid van “de mens” in het algemeen benadrukt werd.
Dat zou steeds weer het uitgangspunt moeten zijn, zo viel te beluisteren.

Liesbeth Baars, predikant bij Vrijzinnig Centrum Vrijburg en voorzitter van de Amsterdamse Raad voor Religies en Levensbeschouwingen, sloot de bijeenkomst af en gaf aan het als verrijkend te hebben ervaren dat mensen deze middag bij elkaar waren en beelden uitwisselden. “Dat gaf warmte in een warme Mozes en Aäronkerk.”

Zij merkte op dat dit soort ontmoetingen een belangrijke bijdrage aan de samenleving bieden. "Maar het werk is niet af; je moet het zèlf  maken en blijven werken aan de sociale rechten van de mens. Fundamentele waarden daarbij zijn hoop en eensgezindheid; we moeten sámen het licht brandende houden", zo besloot zij. Met het aansteken van de zelf te vouwen kaars, die Amnesty International haar sympathisanten dit jaar toestuurde, werd de bijeenkomst passend  afgesloten.

Verslag: Mozeshuis Januari 2006

Naar boven  
Naar boven  
     
Naar boven